Nieuws uit de provincie: Grote belangstelling voor congres over het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB)

Meer dan 500 deelnemers woonden op 12 tot en met 14 oktober het congres bij over het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) en de Bodem als basis in Oosterwolde, Fryslân. Het congres werd georganiseerd door de provincies Fryslân, Groningen, Drenthe, het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de Soil Food Week, Hogeschool Van Hall Larenstein en een aantal andere partners. Naast de bezoekers op 12 en 13 oktober op de congreslocatie, Ecostyle in Oosterwolde, sloot een aantal deelnemers ook online aan. Op 13 en 14 oktober vond het internationale, Engelstalige deel van het congres plaats. Dit deel richtte zich op biologisch boeren en bioregio’s. Interessante dagen met prominente (inter)nationale gastsprekers, boeren uit het hele land, wetenschappers, vertegenwoordigers uit het onderwijs, adviseurs en onderzoekers. Er heerste gedurende deze dagen een aangename sfeer. Goede discussies over onder andere de landbouwtransitie en de gevolgen voor de boeren en onze samenleving gaven veel inzicht in wat er nodig is om deze transitie te bereiken.

Congresorganisator Ingrid van Huizen van de provincie Fryslân genoot van het congres: “Dit congres is tot stand gekomen dankzij een groot aantal samenwerkende partijen. Ik kijk terug op een kennisrijk congres en we zijn er volgens mij in geslaagd om vele partijen, die elkaar nodig hebben voor de landbouwtransitie, bij elkaar te brengen en met elkaar te verbinden. Op die manier zetten we in Noord-Nederland een volgende stap in de continue verbetering van onze levenskwaliteit en ons streven naar een brede welvaart.”

Theezakjes
Na de plenaire bijeenkomst op 12 oktober konden de gasten kennisnemen van verschillende onderzoeksmethodes tijdens de zogenaamde ‘bodembeleefsessies’. Onderzoekers en adviseurs toonden in het veld hoe zij onderzoek doen naar bodemkwaliteit en eentje viel wel heel erg op: de ‘theezakjesmethode’ van de Hogeschool Van Hall Larenstein in Leeuwarden. Door theezakjes van nylon van een bepaald bekend merk in de grond te stoppen, kunnen ‘afbraakkarakteristieken van organische stof in de bodem’ onderzocht worden. En dat kan ook met onderbroeken. Voor deze gelegenheid was als blikvanger een waslijn met onderbroeken, die het enige tijd in de grond uitgehouden hadden, opgehangen. Lees meer over deze methode.

De meeste plenaire sessies en workshops zijn opgenomen en terug te kijken op de site

Meer weten en wilt u op de hoogte blijven van toekomstige evenementen? Stuur dan een mail

Beschermd: Evaluatie Kenniscarrousel

Deze inhoud is beschermd met een wachtwoord. Vul hieronder het wachtwoord in om het te bekijken:

SABE regeling per 1 november weer opengesteld!

Deze keer is deze SABE (Subsidiemodule agrarische bedrijfsadvisering en educatie) voor 3 onderdelen geopend:

  1. Projecten organiseren om samen te leren: Organiseert u voor een groep agrariërs een project om samen te leren over duurzame landbouw? Hiervoor kunt u vanaf 1 november 2021 subsidie aanvragen. Uw project gaat bijvoorbeeld over duurzaam bodembeheer of verminderen van stikstofuitstoot (deze regeling kunt u als agrariër niet rechtstreeks aanvragen, u kunt wel deelnemer zijn in zo’n project. Belangstelling hiervoor? Meld u aan bij LLF)
  2. Voucherregeling : Wilt u omschakelen naar duurzame landbouw? U kunt een voucher aanvragen om hiervoor een bedrijfsplan te laten maken door een erkend bedrijfsadviseur.
  3. Demonstratiebedrijf: Is uw agrarisch bedrijf al omgeschakeld naar duurzame landbouw? En wilt u uw kennis en ervaring delen met andere agrariërs? Dan kunt u subsidie aanvragen om demonstratiebedrijf te worden

Meer informatie : https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/duurzaam-boeren/subsidie-leren-over-duurzame-landbouw

 

Van de Weidevogelman: Reden voor een feestje!

Reden voor een feestje!

26 oktober 2021      

Wie met weidevogels in de weer was dit voorjaar had vaak een regenpak en laarzen nodig, maar kwam thuis met een glimlach op de snuit. Veel broedende vogels! In mei en juni: heel veel kuikens!
Cijfers van tellingen en waarnemingen bevestigen inmiddels dat 2021 een ge-wel-dig jaar is voor weidevogels. Het voelt onwerkelijk om te lezen over tellingen met 5% tot meer dan 10% toename van broedvogels. We zijn dalingen gewend.
Friesland maakte vorige week cijfers bekend en telde in zes van de zeven regio’s een toename. In Eemland zagen ze 5% meer gruttoparen en van de andere soorten zelfs 10% meer. In het veenweidegebied Utrecht-West waren 650 gruttoparen actief, 7% meer.
Uit die flinke eierproductie wisten veel kuikens het stadium te bereiken dat ze op de wieken konden. Bij ‘Water, Land en Dijken (NH) kreeg 63% van de grutto’s en 79% van de tureluurs kuikens vliegvlug. In Friesland kwam het broedresultaat provinciebreed boven de 70%. Dat is de norm voor instandhouding. Dat is dan voor het eerst sinds tijden weer eens (voor een jaar) op veel plekken in heel Nederland gelukt.

Langere periode van rust pakte heel goed uit voor de kuikens

Vorig jaar een rampjaar, nu een topjaar, groter kan het contrast niet. Veel vroege kievitkuikens gingen het door de kou in maart en begin april niet redden, maar later ging het ondanks voortdurende nattigheid goed. Een zachte bodem en veel wormen hoog in de grond betekende volop voedsel. Het gras groeide trager, had langer een open stand en werd laat gemaaid.
Voederwinning was koppijn, dat begrijp ik. Maar de lange periode van rust pakte heel goed uit voor de kuikens. We zagen flink minder predatie op de grond: last van natte voeten?
Dit seizoen bevestigt voor mij dat we op de goede weg zijn. Ik zeg niet dat we er al zijn, dat de populatie-afname met één goed jaar is gestopt. Immers, waar komen die extra broedvogels vandaan? Waren ze er al, maar kwamen ze in slechte jaren niet eens tot broeden?
Het succes van dit seizoen bewijst mooi wèl het succes van de samenwerking tussen boeren, vrijwilligers en coördinatoren om goede mozaïeken te maken. Op steeds meer plekken is slim beheer toegepast, op een grotere schaal, gestoeld op wetenschappelijke kennis en praktijkervaring. Volgehouden. Hard gewerkt. Slim gewerkt. Samengewerkt. Sla elkaar op de schouders, hou feestredes, drink er een paar glazen op, we hebben reden voor een feestje!

Met gevleugelde groet,

 

 

 

Tips:

  • Check waar de vogels op gangbaar grasland zaten dit jaar en pols of de boeren willen uitbreiden of aanhaken
  • Kijk of de extra natte plekken door de regen in dit voorjaar bruikbaar zijn voor plasdras of greppelplasdras

Voor meer over de successen zie:

Studiegroepbijeenkomst: Minder kosten door een gezonde biologie

Vorig week woensdag was er weer een interessante bijeenkomst van één van onze studiegroepen.

Hierbij het verslag van onze begeleider Jehannes Fopma.

Dit keer was Peter Vanhoof onze gastspreker. Peter komt oorspronkelijk uit België en woont momenteel in Polen waar hij honingbijen houdt. Daarnaast is hij adviseur en bekend van onder andere het drijfmestonderzoek van de VBBM. Klik voor hier voor meer informatie over dit onderzoek. 

Relatie tussen bodem, plant, koe en mest m.b.t. energie en mineralen.

In zijn presentatie legt Peter uit wat de relatie is tussen bodem, plant, koe en mest met betrekking tot energie en mineralen.

De erg nuttige bacteriën rond de wortels van planten worden gevoed met suikers van de plant. De CO2 die deze bacteriën uitademen worden vervolgens weer door het blad van de plant opgenomen en dienen voor hem als voeding om suikers te maken. Dit is een zeer korte maar effectieve kringloop.

Winst voor de plant is dat deze bacteriën mineralen en eiwitten vrijmaken uit het kleihumuscomplex wat als voeding voor de plant dient. Ook interessant is dat een overbemesting van zoute meststoffen zorgt dat de plant geen energie meer over heeft voor deze nuttige bacteriën waardoor deze slimme samenwerking stopt. Nieuwsgierig naar meer? Bekijk dan deze korte film over zijn presentatie.

Natuurlijk zijn we na afloop nog een rondje over het gastbedrijf gelopen. Boeren leren van boeren was hier wederom van toepassing, waarbij het altijd leuk is om van gedachten met elkaar te wisselen.

Wisselende effecten bij mestscheiding aan de bron

WUR, ZuivelNL en de Dairy Campus (DC) doen metingen naar emissies van verschillende vloertypen die gericht zijn op primaire scheiding van mest en urine. Via Living Lab loopt er een studiegroep die geïnteresseerd is in stalsystemen, gericht op de primaire scheiding van mest en urine. Onlangs hebben wij de proefstal van DC bezocht en nu zijn de eerste resultaten van metingen naar buiten gebracht.

In de zoektocht naar oplossingen om in (bestaande) melkveestallen de emissies van ammoniak en broeikasgassen te verminderen, worden er momenteel drie bronscheidingstechnieken in de stal getest. Dit levert perspectiefvolle oplossingsrichtingen op maar ook tegenvallers. Mest scheiden bij de bron biedt de mogelijkheid om de fracties urine en feces apart te behandelen en levert mestproducten op met veel toepassingsmogelijkheden.

Het hele artikel leest u hier.

De conclusie van het onderzoek tot nu toe is:

Het belangrijkste inzicht tot nu toe is dat bronscheiding (in de stal) niet automatisch leidt tot lagere emissies. Dit in tegenstelling tot eerdere verwachtingen. De opslag en aanwending van beide fracties moeten geïntegreerd worden in de hele mestketen om emissies in bedrijfsverband te reduceren.

Studiegroep: Natuurinclusieve stallenbouw

De groep boeren die aangesloten is bij onze studiegroep wil graag naar een systeem met primaire scheiding van mest en urine. Hiermee ontstaat er vaste mest die zij in willen zetten ter verbetering van de bodemkwaliteit en het weidevogelbeheer. Vanuit recent onderzoek van de WUR op de Dairy Campus blijkt dat in tegenstelling tot de verwachting dit niet automatisch leidt tot lagere ammoniak emissies.

Hiervoor zijn aanvullende maatregelen nodig, zoals bijv. het aanzuren van de urine. Daarnaast hangen emissies sterk samen met de kwaliteit van de mest, en is het volgens ons van belang om niet alleen te kijken naar emissies in de stal en de opslag maar naar de gehele bedrijfskringloop.

Vanuit Living Lab en de Agroagenda Noord-Nederland zouden we graag integraal willen gaan monitoren naar het effect van primaire scheiding op de gehele bedrijfskringloop waarin niet alleen gekeken wordt naar emissies maar ook naar het effect op de bodem, biodiversiteit en de bedrijfskringloop.

Van de Weidevogelman: Eendenbelangen!

Laat ik notabene al twee jaar van me horen over weidevogels, maar heb ik het nog nooit over eenden gehad! Wilde eenden, krakeenden, kuifeenden, slobeenden en zomertalingen en vooral de laatste twee broeden ook in graslanden.  Je ziet ze zomaar over hun mooie hoofd, want ze houden zich schuil in langer gras en laten zich niet horen, zoals grutto’s, tureluurs, scholeksters en kieviten.

Als broedse kippen zitten ze op hun nest met wel tien tot twaalf eieren en duiken diep weg als er iets in de buurt komt. Voor weidevogelvrijwilligers des te groter het geluk als ze zo’n nest vinden. De keerzijde van die geheimzinnigheid is dat ze lastig te beschermen zijn in percelen waar gemaaid wordt. Omdat ze tot in juni nog broeden, is het altijd spannend rond het maaimoment van de 1e snede. Uitgesteld maaien van percelen of grote blokken gras laten staan is noodzakelijk voor overleving van de nesten. Zodra de kuikens uit het ei zijn nemen de eenden het kroost mee naar de sloot.

juist in deze tijd van het jaar kun je rekening houden met eendenbelangen

De aantallen broedende slobeenden en zomertalingen in ons land namen sinds eind 80er jaren met de helft af. De zomertalingen leveren jaarlijks enkele procenten in, maar de stand van slobeenden blijft de afgelopen 12 jaar stabiel. Ik heb goede hoop dat het weidevogelbeheer een rol speelt. We zien in gebieden waar het goed voor elkaar is met plas-drassen en opgezette sloten en late maaidata, dat het aantal broedende slobeenden en zomertalingen daar toeneemt.

Na aankomst in het broedgebied in maart en april hebben de eenden eerst vier weken bufferen nodig om in conditie te komen voor het eieren leggen en broeden. Ze foerageren dan in slootjes, waterplassen en meertjes waar genoeg watervoedsel te slobberen valt. De slobeend is genoemd naar zijn lange snavel met breed uiteinde en haren aan de binnenkant. Ze zeven daarmee het water uit op voedsel zoals slakjes en larven, watervlooien, kroos.

Juist in deze tijd van het jaar kun je al wat rekening gaan houden met eendenbelangen. Die liggen immers vooral in de oevers van sloten en kanalen. Gooi het over de boeg van ecologisch slootschonen: sla gedeeltes over, werk wat meer hap-snap. Daarmee bevorder je waterbeestjes die in slootvegetatie gedijen en komen onze weide-eenden in het voorjaar goed in conditie. Ook de kuikens vinden er voedsel en dekking. Zo ben je goed bezig voor eendenbelangen!

Met gevleugelde groet,

 

 

 

Tips:

  • Omdat eenden zich schuilhouden in lang gras is bij maaien het gebruik van een wildredder sterk aan te raden.
  • Maai de slootkanten niet in het broedseizoen. Hier zitten geheid kuifeenden, krakeenden en/of wilde eenden te broeden. Daarnaast behoud je hiermee meer dekking voor de kuikens.

Raadpleeg voor meer informatie en foto’s de facstsheet van Sovon:

https://www.vogelbescherming.nl/docs/11abc0a0-9a94-44f6-a6d7-8634857ca53a.pdf?_ga=2.199530094.1590660866.1633348065-1308699592.1629107602